Het is natuurlijk niet heel moeilijk om een nestje te fokken, maar het gaat ook om alles wat er omheen gebeurd.
Wanneer het dametje geboren wordt, of daarvoor al, wordt er nagedacht over een dekman. Hier gaat veel tijd en overleg aan vooraf, het is namelijk belangrijk om een man te zoeken die zo goed mogelijk aansluit op de lijn en zelf natuurlijk ook erg leuk is. Als er een leuke man is gevonden worden de stambomen nog bekeken, past het allemaal wel echt mooi bij elkaar, en waar moet op gelet worden in de lijn. Omdat er ook gewerkt wordt met lijnteelt, zijn de problemen en sterke punten van een lijn vaak al goed bekend. Met lijnteelt wordt geprobeerd en lijn op te zetten die sterk is, met leuke en gezonde ratten, waar veel over bekend is. Wanneer er problemen boven komen kan actief geprobeerd worden deze te verbeteren. Voor de fok worden alleen ouderdieren gekozen die gezond zijn, met goede eigenschappen. Met lijnteelt worden deze versterkt en wordt zo geprobeerd een zo mooi mogelijke lijn op te bouwen.
Wanneer er een dekman is uitgekozen, en toestemming van alle betrokken ratteries is verkregen wordt het nest definitief gepland. Het dametje mag tussen de 5 en 8 maanden gedekt wordt, ideaal vind ik tussen de 6 en 7 maanden leeftijd. Het vrouwtje is dan voldoende ritten-af, en is goed in staat om een zwangerschap te voldragen en voor een nestje rittens te zorgen. Als het vrouwtje naar de dekman toegaat krijgt ze altijd een vriendinnetje van thuis mee, zo is ze niet alleen en kunnen ze elkaar gezelschap houden. Bij de dekman wordt ze gedekt, en het gewicht wordt bijgehouden. Wanneer ze goed aankomt en niet meer flapperig wordt worden ze weer opgehaald. Een dag of twee voor de verwachte bevalling (die op dag 21-24 kan plaatsvinden), of wanneer het vrouwtje aangeeft dat ze haar gezelschap niet meer op prijs stelt wordt ze apart gezet in de kraamkooi. Hier gebruik ik een Ferplast Mary voor, met ecobed op de bodem en een flinke hoop kranten waar een mooi nest van gebouwd kan worden.
Wanneer het dametje bevallen is en de rittens gevoedt zijn worden ze voor het eerst bekeken. Het vrouwtje komt meestal zelf van het nest af dan, er wordt voorzichtig gevoeld of haar buikje mooi leeg en soepel is, en de rittens worden snel geteld. Eventueel worden de geslachten snel bekeken, maar vaak komt dit pas de volgende dag.
In de weken die volgen groeien de rittens enorm hard, na een week krijgen ze haartjes en gaan de oortjes open. Rond de 14 dagen gaan ook de oogjes open. Elke dag worden de rittens allemaal gecheckt, of ze mooie melkbuikjes hebben en hoe het met ze gaat. Omdat de rittens in deze tijd zo enorm hard groeien worden er zo vaak mogelijk foto’s gemaakt, zodat de reserveerders het zo goed mogelijk kunnen volgen.
Als de rittens 2 weken zijn geweest en de oogjes ook open zijn mag er ook bezoek voor ze langskomen. Het worden dan al echte kleine ratjes, die natuurlijk nog veel moeten leren! Eerst wordt de kraamkooi wat leuker aangekleed, er komen wat speeltjes in, een plateau en hangmatje. Hier kunnen ze nog oefenen met klimmen en wandelen. Wanneer ze allemaal wat sterker zijn, dan verhuizen de rittens met hun moeder naar een grotere kooi, hier gebruiken we daar een Ferplast Jenny voor. De rittens kunnen hier naar lieve lust in klimmen en klauteren, en lekker ravotten met elkaar. Wanneer ze nog iets groter zijn komt er vaak een tante bij, een dametje wat bekend is met rittens en hier erg lief voor is. Deze helpt het moedertje met het opvoeden van de rittens en dan heeft mams ook wat meer rust.
Wanneer de rittens 4.5 weken oud zijn worden de mannen en vrouwen van elkaar gescheiden. Dit om ervoor te zorgen dat de mannetjes hun zusjes en moeder niet bevruchten, sommigen zijn er namelijk al vroeg bij! De mannen krijgen hun eigen speelkooi, soms is er een ‘tante’ beschikbaar die gesteriliseerd is, die kan dus bij de mannelijke rittens zonder gevaar. Het is niet verstandig om volwassen mannen erbij te zetten, deze zijn sterker en vaak ook lomper, en kunnen onbedoeld een klein ritten serieus verwonden.
Met 6 weken leeftijd mogen de rittens naar hun nieuwe baasjes verhuizen. Ze zijn dan oud en sterk genoeg om het zelf verder te redden.
In de 6 weken die hieraan vooraf zijn gegaan is er heel veel tijd in het nestje gestopt. Ik probeer vaak foto’s te maken, en vanaf 2 weken begint het echte socialiseren van de rittens ook. Elke dag worden ze dan heerlijk geknuffeld, met ze gespeeld en er komt regelmatig bezoek voor ze zodat ze aan verschillende mensen wennen. Daarnaast probeer ik ze in verschillende situaties te brengen, zodat ze hier ook aan gewend raken. De rittenkooi staat zo dat ze allerlei geluiden en geuren uit de woonkamer meekrijgen. Al met al moeten het natuurlijk leuke huisdiertjes worden!
Verder wordt er veel aandacht besteedt aan de voeding. Wanneer de rittens nog niet zelf eten krijgt het moedertje een veelzijdige voeding, naast het droogvoer krijgt ze regelmatig verse groenten en fruit, een hoogwaardig blikvoer voor honden en katten (A/D van Hill’s),vis, vlees en bijvoorbeeld pasta of rijst. Wanneer de rittens zelf gaan eten kunnen ze hiervan mee eten. Al deze extra’s zijn niet bedoeld om de rittens ‘vet’ te mesten. In de eerste weken groeien rittens enorm hard, en het is belangrijk dat ze een volwaardige voeding krijgen om aan hun behoeften te voldoen. Het voer wat ze krijgen zijn geen dikmakers, maar bedoelt om ze de best mogelijke start te geven. |